onkruid uit eurazië

Blogs ingedeeld als ‘Travel Georgia Svaneti’

Hoog maar niet droog in Svanetië

augustus 15, 2007 · 5 Reacties

De noordwestelijke poort tot bergland Georgië blijft van oudsher stug gesloten voor pottenkijkers. Hoog-Svanetië is een hooggebergteparadijs met een vervaarlijke reputatie, waar een reiziger maar beter de juiste adresjes mee naartoe neemt. En een paraplu.

Usghuli village is composed of two neighborhoods

Ushguli village, Svanetia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

Ze hebben namen als Italiaanse pastavariëteiten: Gori, Chasjoeri, Zestaponi, Koetaisi, Shenaki. Op de 380 kilometer lange driebaansweg van Tbilisi naar de Abchazische grens volgen lommerrijke stadjes met zinken daken elkaar op. Een mooi traject: als een caleidoscoop die alle landschappen van de zonovergoten zuidelijke Kaukasushellingen zachtjes in elkaar laat overvloeien. Van mediterraan maquis en weidse graanvlaktes met groepjes cipressen, door dichte loofbossen naar een subtropische vlakte vol theeplantages met af en toe een rafelige dadelpalm.

Mulakhi village, Svanetia, Georgia © Vittorio Sella 1889

Rechts begeleiden zwijgende metgezellen je: besneeuwde Kaukasustoppen. Bruine koeien met zachte ogen en soms een karrenspan mengen zich tussen het dieselwolken uitbrakende vrachtverkeer. Borden in onleesbaar Georgisch wijzen veelbelovend de weg richting Soechoemi. Ze vertellen niet dat je voorbij het grensstadje Zoegdidi het mijnenveld van de demarcatielijn inrijdt. Daarachter ligt dan Soechoemi aan de Zwarte Zee, met zijn fraaie zandstranden, palmen, kuuroorden en zwoele zeebries. En puin en kogelgaten.

Svans in Mestia

Svans, Mestia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

Op een pokdalig kruispunt in Zoegdidi staan onze Svanetische gidsen ons op te wachten. Zonder Svans die je vergezellen of opvangen wordt hier reizen beschouwd als een hachelijke onderneming. Mét hun bescherming heb je meteen een hele clan achter je: gasten zijn heilig, zoals overal in Georgië, maar hier nog net ietsje méér. Op de eerste kilometers hobbelweg naar Mestia slaag ik erin om al meteen het deurhendeltje van de UAZ-jeep los te trekken. Het komt me op een blik te staan die mijn nageslacht tot in dertiende generatie weerbarstige deursloten te beurt doet vallen. Een slecht begin. Svans worden gevreesd om hun wraakzucht. Tamuna, de uit Tbilisi meegereisde historica, geeft me een por en zegt dat het ding los zat en dat Volodja, zo heet de ene Svan, het thuis zal repareren. Met een voorraad groenten en fruit voor een kleine week rijden we door vervallen buitenwijken Zoegdidi uit. De markt hier is de dichtstbijzijnde voor Svans om inkopen te doen en ook voor een benzinepomp is het retourtje van 300 kilometer onvermijdelijk. Zelfs de enige diepvrieslijkkist in Zoegdidi gaat regelmatig op en neer. Een ambulant ijsgekoeld mortuarium is in de bergdorpen de enige manier om ook ver wonende familieleden een begrafenis te laten bijwonen.

Landslide along the Inguri River

Roadblock, Upper Inguri valley near Ushguli, Svanetia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

We duiken de eerste heuvels in. In de diepte vormt de Ingoeri rivier de grens met Abchazië. Eerst moeten we voorbij een checkpoint met een paar gemelijk kijkende Russische grenstroepen. De Russen moeten de Svans niet en de Svans de Russen niet. Een éénlettergrepig staccatogesprek tussen mijn chauffeur en een militair verloopt met het autoraampje dicht. Argwaan jegens vreemde snuiters zit er bij Svans diep in. Hun bergen waren altijd al een toevluchtsoord voor een bonte stoet vluchtelingen. Door Turken, Perzen, Russen of Georgische potentaten op de vlucht gejaagde laaglanders namen op hun odyssee naar de bergen hun oeroude iconen en onschatbare manuscripten mee. Die schatten bleven voor altijd in Svanetië, met hand en tand verdedigd door Svans die ze onder of zelfs in bed verstopten tegen rovers.

Mestia Main Square with burned police office

Mestia main square, Svanetia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

The pharmacy at Mestia

Pharmacy, Mestia, Svanetia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

Na vier uur gestaag klimmen langs het Ingoeri-stuwmeer en door de steeds woestere kloof, bereiken we de verzameling dorpjes die Mestia vormen. Even later staan we op het kale stadsplein, op vijftien uur rijden van Tbilisi en alle nieuwerwetse blits. Het stortregent. Een magere koe zoekt beschutting onder een roestig afdakje naast een uitgebrand politiekantoor. Twee Svans met stoppelbaarden staren me vanonder hun grijze vilten dophoedjes ondoorgrondelijk aan. Niet wat je noemt een warm welkom. Maar in de woonkamer van het houten landhuis van Dato wurmt diens tweejarige dochtertje Marie zich tussen mijn benen door en noemt me bidsia – oompje. Vanaf het balkon kijk ik toe hoe grijze regensluiers te pletter slaan tegen beboste bergflanken. Tientallen ranke middeleeuwse wachttorens in somber graniet en leisteen staan fascinerend netjes in het gelid, als reuzenschaakstukken opdoemend uit de mistigheid. Op de onwezenlijk scherpe Svanetië-foto’s van bergfotograaf Vittorio Sella uit 1889 in het etnografiemuseum vlakbij, zie ik dat er vroeger nog veel meer stonden. Wat er overgebleven is, is nog steeds indrukwekkend. De tweehonderd wachttorens van Opper-Svanetië zijn gemiddeld achtentwintig meter hoog en hebben vijf verdiepingen. Ze worden van generatie op generatie doorgegeven en de oudste dateren uit de tiende eeuw. Konden ze maar praten. Mongolen, Perzen, Turken, Russen of laaglanders: uiteindelijk bleek geen enkele veroveraar tegen deze stugge bouwsels opgewassen.

Barbara church, Ushguli, Upper Svanetia

St. Barbara church, Ushguli, Svanetia, Georgia © Wieland De Hoon 2005

Veiliger
“Twee keer stonden ze hier voor mijn neus met geweren te zwaaien”, zucht Tamuna wanneer we een verlaten pas tussen Mestia en Ushguli over rijden. “Pubers uit de dorpen, ik herkende ze wel. Ze volgen je en nemen een bergpaadje om je voor te zijn. De laatste keer was ik hier met een toerist. Eerst schoten ze in de radiator van de jeep, voordat ze ons dwongen uit te stappen. Ik heb ze de huid volgescholden, maar dat hielp niet. Ze gingen er vandoor met geld en kleren. Tegenwoordig is het veiliger, maar dorpen als Adishi mijd ik nog steeds.” De piste kronkelt door fraaie alpendalen met besneeuwde toppen op de achtergrond. Overal zijn stukken berg weggespoeld en zelfs delen van dorpen zijn weggevaagd door modderlawines. Af en toe passeren we ijzeren herdenkingskruisjes voor verongelukte chauffeurs, met volle glazen wodka in een nisje. Veel ongelukken gebeuren tijdens Kvirikoba op 28 juli. Bij het bergkerkje van Kala verzamelen zich dan duizenden Svans voor een uniek religieus feest, een curieuze mengeling van christendom en heidense stierenoffers. De drank vloeit bij beken, als buitenstaander kun je beter in de ochtend komen, na de middag willen de gemoederen wel eens verhit raken. Het kerkje zelf kun je het hele jaar door binnen, maar je moet wel de andere kant opkijken wanneer de sleutelbewaarders met veel poeha het combinatieslot van de poort openen. Om de hoek staat de reuzenkookketel waarin de geofferde stieren belanden. De gehoornde Ushba, de heilige berg van de Svans, grijnst ons boven een laag wolkendek uit toe.

Vittorio Sella amidst Svan villagers, Svanetia © Vittorio Sella 1889

Steenlawine
Svanetië is lang afgesloten geweest van de buitenwereld. De eerste echte weg naar Svanetië werd in 1937 aangelegd en televisie is er sinds 1975. De val van de Sovjet-Unie en de Georgische burgeroorlogen maakten de provincie opnieuw tot de geïsoleerde plek die het van oudsher is. Pas sinds kort zijn er opnieuw wat middelen om wegen en infrastructuur te onderhouden. Maar tegen een kletsnatte lente én zomer is geen bulldozer opgewassen. Een paar kilometer voor Usghuli zitten we vast: een enorme steenlawine heeft de weg de Ingoeri ingespoeld en er zit niets anders op dan alle bagage uit te laden en over hopen losliggend puin te klauteren. Geen nood, het is maar een uurtje lopen naar de verzameling oeroude granieten huizen en wachttorens in het adembenemende amfitheater van het Shkara-massief. Het dorp staat op de Wereld Erfgoedlijst van Unesco, maar dat verhindert niet dat het langzaam uitsterft. De zusjes Sonja en Areta verwelkomen ons met soep. Samen zijn ze honderdzestig jaar oud en achttien maanden per jaar ingesneeuwd. Hun mannen vochten nog in het Rode Leger tegen de nazi’s toen die in 1942 de Kaukasus bereikten. Het zijn kranige, verweerde oudjes, ze weten raad met het leven hierboven. Tijdens alweer een stortbui valt de elektriciteitsmast om en zitten we voor de rest van ons verblijf zonder stroom. Maar de volgende ochtend straalt de zon en kaatst de Shkara haar licht oogverblindend terug over de vallei. Halfwilde paarden galopperen over de bergweiden. Op de Tsgara-pas boven het dorp kijk ik uit over de hoogste Kaukasustoppen die de grens met Rusland vormen en de onbegaanbare weg die zich van hier naar het zuiden slingert. Op het dak van Europa maak ik met keien een wenstorentje. En als het er niet is afgespoeld, staat het er nu nog. (Verschenen: Te Gast In Georgië, 2006)

Road Zugdidi to Ushguli, 250 kms

Categorieën: Travel Georgia Svaneti
getagged: , , ,