
De Stubaier Höhenweg is een stevige zevendaagse trekking
In het Tiroolse Stubaital ruist, klatert en dondert het. De pas aangelegde en bekroonde WildeWasserWeg is een wandelpad met een missie, want de overheid kijkt begerig naar het waterkrachtpotentieel van dit outdoorparadijs.
Het Stubaital is een van de drie grote zijvalleien van de rivier de Inn, samen met het Zillertal en het Ötztal. Vanuit Innsbruck is het amper een kwartier rijden tot de ingang van de vallei en daarna nog eens twintig minuten naar de Gletscherbahn, aan de voet van de 3.500 meter hoge hoofdkam. Ondanks die toegankelijkheid wordt het Stubaital omgeven door vrijwel ongerepte natuur, in een opmerkelijk evenwicht met het internationaal gepromote gletsjerskigebied, het grootste van Oostenrijk.
Het hoofdriviertje de Ruetz wordt gevoed vanuit een amfitheater van vergletsjerde drieduizenders, waar tientallen stroompjes een dicht stelsel van watervallen vormen. De gletsjers en rotswanden van de Stubaier Alpen maken het gebied tot een serieus trekking- en klimparadijs, met liefst 130 vie ferrate of Klettersteigroutes. De comfortabele berghutten liggen op relatief korte wandelafstand van elkaar en behoren tot de oudste in Tirol.
De kroon op de wandeltaart is het langeafstandspad Stubaier Höhenweg, waarvan de delen met de mooiste waterlandschappen sinds kort met elkaar verbonden zijn door de WildeWasserWeg. Op de U-vormige Stubaier Höhenweg kijk je als bergwandelaar aan tegen zeven pittige trekkingdagen. Het WildeWasserpad neemt je mee naar het hoogste gedeelte, ver boven de boomgrens, waar morenen en gletsjerstromen je een indruk geven van de gigantische krachten van het hooggebergte.
Chocoladetaart
We nemen de proef op de som en trekken van de Dresdner Hütte, waar een wegwijzer ons vertelt dat Dresden op 589 kilometer lopen ligt, naar de iets nabijere Sulzenauer Hütte, aan de voet van de Zuckerhütl. Met 3.505 meter is dat de hoogste berg van de Stubaier Alpen.
De verijsde wand, vlak bij de Italiaanse grens, is al vanaf de vallei-ingang te zien en doet ons meteen likkebaarden. Zuckerhütl betekent dan ook zoiets als suikertop: de hele Stubaier hoofdkam lijkt wel op chocoladetaart met slagroompunten en bestaat uit een krans van bijna 20 fraaie gletsjers – ferners worden die hier genoemd.
De Stubaier Höhenweg is de moeder van de alpiene trekkings in Oostenrijk en staat als zwaar te boek, door steile passages waar je je met karabiners moet zekeren aan in de rots vastgeklonken staalkabels. Flink zompig en glad is het er af en toe. Ook ervaren bergwandelaars halen hier het onderste uit de kan.
De route loopt bijna permanent boven de 2.200 meter en voert gedeeltelijk door Landschaftsschutzgebiet. Beschermd, maar zonder de garanties van een nationaal park. Want al vormt het Stubaital een prachtig overgangsgebied tussen de grillige noordelijke Kalkalpen en de hogere Alpenhoofdkam uit kristallijn gesteente, toch zit een status als nationaal park er niet in. De energiemaatschappij van Tirol koestert immers al decennialang plannen om in Stubaital waterkrachtcentrales te bouwen.
Van de bronnen tot de valleimonding zijn de waterlopen in Stubai voorlopig nog in hun natuurlijke staat – stilaan een unicum in de dichtbevolkte Alpendalen. Omdat de druk van de energiemaatschappij toeneemt, staken de berggidsen de handen uit de mouwen voor de aanleg van de WildeWasserWeg. Ze legden het pad aan met schop en blote handen: goed voor twintig kilometer heropgewaardeerd bergpad en nieuw aangelegde wandelroute. Een levenslijn voor wild water, die het Stubaital in 2010 een finaleplaats opleverde in de strijd om de European Destinations of Excellence (Eden) Award voor duurzaam watertoerisme, een initiatief van de Europese Commissie. Het idee om bestaand watergebruik voor landbouw en energieopwekking te integreren in de doelstellingen, gaf de doorslag. Een zachte eco-aanpak dus, die de beste garanties biedt om de grote waterprojecten op afstand te houden.
Glibberen en molenwieken
Peter, onze berggids, neemt ons mee op de breed glooiende Sulzenaugletsjer. De WildeWasserWeg biedt vanaf de bergpas Peiljoch, tussen de Dresdner- en de Sulzenauhut, een fenomenaal panorama op de gletsjers, maar aan dat uitzicht wordt geknabbeld. Peter schat dat de gletsjer dit jaar minstens twintig meter prijs moest geven. Vanaf de Peiljoch ziet het oppervlak eruit als een gerimpeld olifantenvel, nu wandelen we over een vuilwit, licht hellend ijsplateau, dooraderd met blauwe erosiespleten. Murmelende smeltstroompjes doen hun ondermijnende werk.
Peter slaat twee wandelstokken in de ijskap, gooit er een klimtouw omheen en grijnst dat hij vrijwilligers zoekt om in een tien meter diepe ijsspleet af te dalen. Water dondert in een ijzige, saffierkleurige spelonk onder de gletsjer. Dit is een onderdeel van de WildeWasserWeg-ervaring dat je alleen met een onderlegde gids mag doen. Het smelten van de gletsjer voelt wat dubbel: jammer, natuurlijk, maar het gaat traag, de gletsjers zijn groot en al dat smeltwater draagt bij tot extra waterspektakel. Ik hou het er maar op dat wie het hooggebergte in actie wil zien, in Stubai aan het juiste adres is.
Dat vindt ook de Tiroolse fotograaf en outdoorfanaat en slackliner Heinz Zak, die een verbluffend fotoboek wijdde aan de natuur van de Stubaier Alpen. Slacklines, strak gespannen looplijnen, vind je overal in het Stubaital: aan de hutten en onderweg langs de wandelpaden. Molenwiekend om in evenwicht te blijven na amper drie passen, stel ik me voor dat ik niet twintig centimeter boven de grond, maar vijfhonderd meter hoog naast Heinz sta te balanceren. Toch maar niet.
Gezinsvriendelijk
Gelukkig hoef je geen halve alpinist te zijn om van al het moois te kunnen genieten in dit wildwaterpark met natuurlijke pretattracties. Wie wat minder goed te been is, kan de WildeWasserWeg ervaren tijdens kortere wandelingen van een half tot twee uur, bijvoorbeeld naar de leuke uitzichtplateaus aan de schuimende Grawa-waterval. Die toegankelijkheid is leuk voor kinderen, en zelfs kinderwagens en rolstoelgebruikers kunnen terecht op delen van het pad. Het Stubaital wil zich immers vooral profileren als familiebestemming.
Aan de Schlickalm, een skigebiedje waar ook het vertrekpunt van de Höhenweg ligt, bouwde de gemeente Fulpmes een fraai doe- en natuurparcours, waar je zonder halsbrekende toeren samen met je alpinistjes in de dop alles ontdekt over alpenfauna- en flora. Je staat er in een wip dankzij de kabelbaan naar de Kreuzjoch, van waaruit je een uitzicht heb op de loodrechte Ochsenwand. Die is dan wél weer alleen voor de echte klettersteigers.
We kijken vanaf het terras van de gezellige Sulzenauhut uit over het diepe dal waarin de Sulzenaubach en de twee rivieren van het Grünautal zich bulderend in de diepte storten. Het verval bedraagt bijna driehonderd meter. Achter de dalkom, met haar meanderende rivierenlinten en zeldzame wollegrastapijt, ligt de afgrond waarachter de Sulzenaubach via de Grawafall in het eigenlijke Stubaital uitmondt. Dit is het kerngebied van de WildeWasserWeg.
‘s Avonds strekken we lekker de benen in een Tirools restaurant. Bij een smeuïige topfennocken met kaas en een glaasje lärchenschnaps – gestookt uit lariksnaalden – moet ik denken aan het excentrieke credo dat hier geldt: Stubai, besser als Dubai. Zolang de gletsjers maar voor wild water blijven zorgen, vind ik het eigenlijk niet eens zo gek.
Ski in Stubai
Naar de Stubaier Gletscher, het grootste gletsjerski- en snowboardgebied in Oostenrijk, komen tussen oktober en juni een slordige 1,2 miljoen wintersporters, goed voor 6 miljoen overnachtingen en 90 procent van alle bezoekers. Als skibestemming trekt het Stubaital vooral no-nonsense wintersportliefhebbers, gezinnen met kinderen en iedereen die geen zin heeft in de glamour en het gehos van Sölden in het nabijgelegen Ötztal. Vooral de goede bereikbaarheid en uitstekende ski-infrastructuur en overnachtingsmogelijkheden worden op prijs gesteld.
In drie Stubaier dorpen Fulpmes, Mieders en Neustift, met toegankelijke skigebiedjes als Schlick 2000, zit je nooit ver van je vriendelijke hotel vandaan. Wie het hogerop zoekt, neemt vanaf de voet van de 3.332 meter hoge Schaufelspitze de gondellift naar het uitzichtpunt Top of Tyrol, de entree van een gletsjerskigebied van 110 kilometer blauwe, rode en zwarte pistes. Het ijspanorama over de Ötztaler Alpen krijg je er gratis bij. Naast het restaurant Jochdole, het hoogste in Oostenrijk, staat op het gletsjerijs een reusachtige vergulde troon. Der Gast ist König in het Stubaital.
De Standaard, maart 2011