Indian summer in Henegouwen

Les Lacs de l'Eau d'Heure, October 2011

Nog eens tijd gehad om de Koga van stal te halen voor een mooie, tachtig kilometer lange fietstocht tussen Samber en Maas. Vertrokken aan de abdijdruïne van Aulne vlakbij Charleroi, dan langsheen de Samber naar Thuin. Prachtig stukje, waarbij je de RaVel-fietsroute volgt doorheen een diep uitgesneden vallei: het lijken de Ardennen wel. Om de paar kilometer staan er Nederlandstalige displays met uitleg over het industriële verleden hier; langs de rivier kronkelt een oude spoorlijn met hier en daar een stalen brug erover. In gedachten hoor je de dieseltreinen met kolenwagons er nog overheen denderen. Even een steile klim over kasseien naar het belfort van Thuin – de Muur, zucht mijn getergde fietsmaatje – en je rijdt doorheen eindeloze graan- en bietenvelden van La Thudinie. Biesme en Thuillies zijn spuuglelijk en veel te druk, maar vanaf Mertenne en Castillon worden de dorpjes klein, de uitzichten wijds en de muren natuursteen. In Boussu-Lez-Walcourt suizen we de heuvel af en al gauw komen de grote stuwmeren van l’Eau d’Heure in zicht. Grillige oevers, geel en rood verkleurende beuken en esdoorns: hier kwamen we voor. De ochtendchill maakt meteen plaats voor een zacht, geurig nazomerweertje, fleece en jack gaan uit en we fietsen warempel in ons T-shirt. Dan komt de grote stuwdam en fietsen we langs het grootste van de merengroep, de Plate Taille. Minder mooi dan l’Eau d’Heure, met moderne vakantiehuisjes en betonnen, net iets te artificiële strandjes. We verlaten het meer offroad en zetten koers naar Beaumont via een gaaf landschap van weiden en hagen, Henegouwen op zijn mooist: de Avesnois net over de grens en dit gedeelte zijn al lang mijn favoriete fietsgebieden. Vergnies, Renlies en Solre St-Géry glijden voorbij en dan is het weer tijd om een RaVel-route te nemen, hier de oude spoorbedding van Chimay naar Thuin, om extra snel onze kilometers af te malen. Een uurtje later staan we weer in Thuin: het vals plat van de heenweg speelde nu in ons voordeel. De abdij van Aulne lonkt, het gelijknamige abdijbiertje ook, en volgende keer nemen we er nog een paar 10%-côtes bij. Bien sûr, hein.

Aulne - l'Eau d'Heure, 78 km

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

на восток, Ronse, vrijdag 2 september

Fotografen Koen Degroote en Wim Piqueur exposeren vanaf 3 september in CC De Brouwerij Ronse met fotoreeksen over de ex-Sovjetunie, onder de vlag  на восток (Naar het Oosten). Koen is een gedreven Oostblokfietser die subtiele portretten maakte van lokale gemeenschappen in ondermeer Noord-Russische dorpen, bij Oekraiense mijnwerkers en binnenkort in de voormalige Georgische provincie Abchazië. WimP maakte met Anna and my passport reeksen vol intrigerende details van het leven zoals het is in Rusland, Oekraine, Centraal-Azië, Iran, Turkije en Servië waar de kleuren van afspatten, tijdens een acht maanden durende roadtrip met vrouw en babydochter. Ik mag de tentoonstelling inleiden, waarvoor nu al dank.

Uiteindelijk werd dit de openingsspeech:

“Toen een tweetal weken geleden even in het nieuws kwam dat de Noord-Koreaanse grote leider Kim Jong Il Siberië bezocht met zijn gepantserde trein en in het stadje Ulan Ude in Burjatië de Russische president Medvedev ontmoette, prikkelde dat in de eerste plaats mijn reislust en dwaalden mijn gedachten af naar het oosten. Naar die gepantserde trein misschien, net als voor Stalin het vervoermiddel bij uitstek voor een paranoïde dictator met vliegangst die toch, tegen wil en dank, gigantische afstanden moet afleggen om zijn volk te onderdrukken.  Fotogeniek vooral, zo’n gepantserde trein in Siberië, want dat is natuurlijk de eerste gedachte die ons hier in deze leuke zaal te binnen schiet. Wij zijn gelukkig geen Noord-Koreanen of Sovjetburgers uit de jaren dertig, veertig of vijftig van de vorige eeuw.”

“Meer in het algemeen dwaalden mijn gedachten af naar dat gigantische, voor de meesten onder ons grotendeels onbekende territorium tussen de oostgrens van onze Europese Unie en de koude kusten van de Beringstraat. En naar de verscheidenheid van volkeren die er wonen, want Kim Jong Il daar zien op Burjatische grond samen met Medvedev  herinnert er weer aan dat Kim daar in zekere zin meer thuis is dan Dimitriy. Siberië is immers Azië en de Russen zijn er eerder toevallige passanten in de geschiedenis. Net als ze dat waren in Azerbeidzjan, Kazachstan of Tadzjikistan. Voor hetzelfde geld was het Siberische stadje Ulan Ude nu een Chinees provinciestadje geweest. Net als Irkoetsk, Krasnojarsk of Vladivostok. Voor hetzelfde geld zijn dat over honderd jaar Chinese steden vol kolonisten uit de overbevolkte megalopolissen Peking of Sjanghai, met hun honderd miljoen inwoners. Wie weet.”

“En hoe exotisch zijn of blijven onze nieuwe Europese buurlanden als Oekraïne of Moldavië?  Wat weten we over de kaleidoscoop van volkeren in de Noordelijke Kaukasus? Of van de zuidelijke Oeral? Want dat zijn dan geografisch gezien dan wel weer Europeanen, die dan wel net als hun Siberische buren de Boerjaten of Jakoeten gekoloniseerd werden door de Russen, maar die er net zo vreemd uitzien en klinken. Of wat dacht u van de boeddhistische Kalmukkiërs die in de Europese steppen van Zuid-Rusland aan hun gebedsmolentjes draaien?”

“Ik kan nog wel even doorgaan. Maar daarom is na vostok  een boeiend initiatief. Want beide fotografen Koen De Groote en Wim Piqueur hebben hun eigen interpretatie gegeven aan wat er te zien valt op dat gigantische territorium waarover wij allemaal grotendeels denken in de welbekende clichés. Dat is nu juist het boeiende aan reizen: het is geen exacte wetenschap. Je denkt iets al eens ooit ergens gezien te hebben, maar geen beeld is ooit hetzelfde. Net zoals een plaats bezoeken voor de tweede keer nooit hetzelfde is als de eerste keer.”

“Opnieuw even naar de actualiteit. Gisteren stond in de krant: Georgisch basketbalteam verslaat de Belgische nationale ploeg, de Belgian Lions. Ik lees normaal nooit sportpagina’s, behalve wanneer er een wielrenner in de Tour van zijn fiets valt, of wanneer er zoals nu het geval was, een van die rare ex-Sovjetrepubliekjes in het nieuws komt met iets wat je eerder zou verwachten van Amerikaans team, of een Russisch, waarom niet. Maar ik weet weinig over basketbal.”

“Toch is het een veelzeggende kop, want ze leert ons iets over de nieuwe realiteit van de ex-Sovjetstaten. Georgië heeft een nationaal basketteam dat het Belgische verslaat. Er is dus sport in Georgië, een sportbeleid, jongeren die voor een sportcarrière kiezen. Zou er dan ook welvaart zijn? Staatssubsidies voor sportscholen? Of privésponsors? Georgië, dat in 2008 nog deels in puin geschoten werd door de Russen en dat vooral bekendheid verwierf door de Georgische maffiosi van het Falconplein in Antwerpen.”

“Wie Georgië volgt, weet dat er de jongste tijd grote veranderingen plaatsvinden. Tbilisi, de charmante hoofdstad, wordt opgeknapt, voorheen ontoegankelijke gebieden in het Kaukasusgebergte, zoals de provincie Svanetië, waar je enkele jaren geleden nog niet kon komen zonder lokale gids, worden omgevormd tot mondaine skigebieden. En in veel andere ex-Sovjetrepublieken gaat het net zo. Zelfs de globalisering is er al een tijdje aan de gang: ik herinner me een discussie op een internetforum, nu toch weer zo’n tien jaar geleden, tussen voorstanders en tegenstanders van een MacDonalds in het centrum van Tbilisi. De MacDo is er gekomen, de puristen keken sip en konden  in hun reissnobisme op zoek naar een nieuwe exclusieve bestemming waar nog géén MacDonalds te vinden was.”

“Wim Piqueur en Koen de Groote zijn geen puristen. Ze gaan niet voor de plaatjes die krampachtig de moderniteit willen vermijden en een romantiek oproepen die nooit heeft bestaan, of, anderzijds enkel de clichés willen bevestigen van hamers en sikkels, grauwe flatgebouwen, uniformen en norse flikken. Wim schrijft hierover in zijn portfolio:

Ik ga aanvankelijk  op zoek naar die overblijfselen van een, voor ons duistere, maar intrigerende periode van een gesloten wereldrijk. Halverwege een straat in de Russische stad Samara houd ik halt en realiseer me dat mijn zoektocht oneerlijk is tegenover de jeugd, want die komt niet voor in zo’n zoektocht naar vervlogen tijden in een landschap van vergane glorie. Ik fotografeer voortaan vanuit de buik doorheen de rest van Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en Turkmenistan, en ondervind later tijdens het selecteren van de beelden dat het gedachtengoed van dat moment in Samara toch een gevoelige rode draad vormt doorheen de reeks foto’s.

 “Vanuit de buik is de best mogelijke omschrijving van hoe Koen en Wims beelden tot stand zijn gekomen. Koen Degroote, vanop de fiets, solo, tijdens verschillende lange reizen die hij ondernam in de Kaukasus, Oekraïne, Noord-Rusland en Oost-Europa. Je zou zijn beelden als de vrolijke van de twee kunnen bestempelen, ook al schuwt Koen de confrontatie niet. Maar Koens beelden weerspiegelen zijn ontwapenende spontaniteit, waarmee hij overal meteen vertrouwen wint. En bewondering oogst, want als fietser waagt hij zich in gebieden waarin u en ik enkel met een stevige 4×4 zouden komen. En dan nog…. Ik fietste maandag nog met hem mee van Gent naar zijn Oost-Vlaamse dorp Merendree, waar hij een forto-expo heeft lopen over zijn dorpsgenoten, om het dorpsleven er te vatten voor het onherroepelijk verandert. Beter kan ik Koens sense of urgency niet schetsen, zijn drang om vast te leggen wat waardevol is.”

“Wim Piqueur werkt bedachtzamer. Hij reisde acht maanden met zijn levensgezellin en babydochter doorheen het grootste deel van Europa, de Balkan, Rusland & Centraal-Azië met een tot woonst, annex fotostudio, omgebouwde TV-productiewagen Zijn expo anna and my passport is het resultaat. ‘Anna and my passport’ bestaat uit twee luiken: de tentoonstelling met 20-tal foto’s en de film, een compilatie van vreemde zichten op wegen, (stads)landschappen en situaties.”

“Bijna genoeg gepraat voordat het aan u, het publiek, is om door lens te kijken. Ik wil jullie nog even een passage meegeven uit het Boek der Omzwervingen van Konstantin Paustovski om de  essentie weer te geven van wat Wim en Koen gedaan hebben.”

Zomerzoektocht De Standaard

Leuke opdracht van De Standaard: schrijf vijf zomerse reportages op de fiets met bekende Vlamingen. Zo gezegd, zo gedaan: de tocht ging doorheen Meetjesland en Zeeuws-Vlaanderen (met Hendrik Vos), Zuid-West-Vlaanderen (Gella Vandecaveye), Vlaams- en Waals Brabant (Marianne Thyssen), de Demervallei (Annemie Peeters). De reportage met Gella was fotografisch de mooiste (credits Frederik Buyckx), dus geef ik hem hier mee aan de wereld.

Wieland De Hoon interviewt Gella Vandecaveye (1)

Wieland De Hoon interviewt Gella Vandecaveye (2)

Wieland De Hoon interviewt Gella Vandecaveye (3)

Lezing Albanië voor de Fietskeuken Gent

Op 1 juli jl. mochten Koen De Groote en ik voor de Gentse Fietskeuken onze respectievelijke Albanese fietsavonturen komen vertellen voor een ruim opgekomen publiek in het, jawel, Albanese café The Eagle in de Brugse Poort. Het weer was mooi, de zaal verduisterd en achteraf was het leuk bijkletsen op het grote terras van dit grote, vriendelijke etablissement dat gerund wordt door de in Albanees rood-en-zwart geteeshirte cafébaas Ruzhdi en crew. Faleminderit, Shqipëria!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Albanië: hoogtes en laagtes op de fiets

Albanian coastline near Piqueras © Wieland De Hoon, 2011

'Hoxha'-bunker near Borsh, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Some other donkeys, Borsh, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Near Borsh, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Beach at Borsh, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Beach at Borsh, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Rolling hills near Sasaj, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Phil climbing the hill, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Kalaja e Porto Palermos, built by Ali Pasha Tepelene (19th century) © Wieland De Hoon, 2011

Near Himara, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Great seafood, Dhermi, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Beach, Dhermi, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Beach, near Dhermi, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Vuno, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Between Himara and Dhermi, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Steep coastal road, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Ionian Sea, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Clark, Porto Palermo, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Mladic arrested, Porto Palermo, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Communist era memorial, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Near Saranda, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Fisherman, Butrint, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Ramshackle constructions, Ksamil, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Square, Ksamil, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Bus to nowhere, Saranda, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Saranda Bay, Albania © Wieland De Hoon, 2011

Albanian girls on the ferry to Corfu, Greece © Wieland De Hoon, 2011

Ionian Albania

Pangea

Ach, toen het supercontinent Pangea nog bestond was Noord-Afrika verbonden met Eurazië, dus het mag. Mag wat? Een postje op dit Euraziëblog over het adembenemende Marokko. Waar je op een afstand van amper driehonderd

Midden-Atlas, regio Aghbala

kilometer doorheen vijf klimaatzones rijdt: mediterraan, middelgebergte, steppe, hooggebergte, woestijn. Volg je de lijn Fès – Merzouga, dan is het stukje steppe waar je doorheen rijdt een uitloper van de grote Rekkamplateau in Oost-Marokko, dat enkel bezocht wordt voor het grovere offroadwerk.  Het Rekkamplateau vind ik dan weer interessant om de gelijkenissen met het gevoel en de vegetatie van de grasvlakten in Centraal-Azië.

Steppelandschap, Tislit, Hoge Atlas

En de tafelbergen en valleien met populieren van de Hoge Atlas rond Agoudal en Imilchil, lijken die niet sprekend op het Zagrosgebergte in Iran? Dus ja, het mag.

Agoudal, Hoge Atlas

Tussen Agoudal en Imilchil, Hoge Atlas

Weg Midelt - Er-Rachidia

Regio Tislit, Hoge Atlas

Woestijn, Merzouga

Een ring van wild water

De Stubaier Höhenweg is een stevige zevendaagse trekking

In het Tiroolse Stubaital ruist, klatert en dondert het. De pas aangelegde en bekroonde WildeWasserWeg is een wandelpad met een missie, want de overheid kijkt begerig naar het waterkrachtpotentieel van dit outdoorparadijs.

Het Stubaital is een van de drie grote zijvalleien van de rivier de Inn, samen met het Zillertal en het Ötztal. Vanuit Innsbruck is het amper een kwartier rijden tot de ingang van de vallei en daarna nog eens twintig minuten naar de Gletscherbahn, aan de voet van de 3.500 meter hoge hoofdkam. Ondanks die toegankelijkheid wordt het Stubaital omgeven door vrijwel ongerepte natuur, in een opmerkelijk evenwicht met het internationaal gepromote gletsjerskigebied, het grootste van Oostenrijk.

Het hoofdriviertje de Ruetz wordt gevoed vanuit een amfitheater van vergletsjerde drieduizenders, waar tientallen stroompjes een dicht stelsel van watervallen vormen. De gletsjers en rotswanden van de Stubaier Alpen maken het gebied tot een serieus trekking- en klimparadijs, met liefst 130 vie ferrate of Klettersteigroutes. De comfortabele berghutten liggen op relatief korte wandelafstand van elkaar en behoren tot de oudste in Tirol.

De kroon op de wandeltaart is het langeafstandspad Stubaier Höhenweg, waarvan de delen met de mooiste waterlandschappen sinds kort met elkaar verbonden zijn door de WildeWasserWeg. Op de U-vormige Stubaier Höhenweg kijk je als bergwandelaar aan tegen zeven pittige trekkingdagen. Het WildeWasserpad neemt je mee naar het hoogste gedeelte, ver boven de boomgrens, waar morenen en gletsjerstromen je een indruk geven van de gigantische krachten van het hooggebergte.

Chocoladetaart

We nemen de proef op de som en trekken van de Dresdner Hütte, waar een wegwijzer ons vertelt dat Dresden op 589 kilometer lopen ligt, naar de iets nabijere Sulzenauer Hütte, aan de voet van de Zuckerhütl. Met 3.505 meter is dat de hoogste berg van de Stubaier Alpen.

De verijsde wand, vlak bij de Italiaanse grens, is al vanaf de vallei-ingang te zien en doet ons meteen likkebaarden. Zuckerhütl betekent dan ook zoiets als suikertop: de hele Stubaier hoofdkam lijkt wel op chocoladetaart met slagroompunten en bestaat uit een krans van bijna 20 fraaie gletsjers – ferners worden die hier genoemd.

De Stubaier Höhenweg is de moeder van de alpiene trekkings in Oostenrijk en staat als zwaar te boek, door steile passages waar je je met karabiners moet zekeren aan in de rots vastgeklonken staalkabels. Flink zompig en glad is het er af en toe. Ook ervaren bergwandelaars halen hier het onderste uit de kan.

De route loopt bijna permanent boven de 2.200 meter en voert gedeeltelijk door Landschaftsschutzgebiet. Beschermd, maar zonder de garanties van een nationaal park. Want al vormt het Stubaital een prachtig overgangsgebied tussen de grillige noordelijke Kalkalpen en de hogere Alpenhoofdkam uit kristallijn gesteente, toch zit een status als nationaal park er niet in. De energiemaatschappij van Tirol koestert immers al decennialang plannen om in Stubaital waterkrachtcentrales te bouwen.

Van de bronnen tot de valleimonding zijn de waterlopen in Stubai voorlopig nog in hun natuurlijke staat – stilaan een unicum in de dichtbevolkte Alpendalen. Omdat de druk van de energiemaatschappij toeneemt, staken de berggidsen de handen uit de mouwen voor de aanleg van de WildeWasserWeg. Ze legden het pad aan met schop en blote handen: goed voor twintig kilometer heropgewaardeerd bergpad en nieuw aangelegde wandelroute. Een levenslijn voor wild water, die het Stubaital in 2010 een finaleplaats opleverde in de strijd om de European Destinations of Excellence (Eden) Award voor duurzaam watertoerisme, een initiatief van de Europese Commissie. Het idee om bestaand watergebruik voor landbouw en energieopwekking te integreren in de doelstellingen, gaf de doorslag. Een zachte eco-aanpak dus, die de beste garanties biedt om de grote waterprojecten op afstand te houden.

Glibberen en molenwieken

Peter, onze berggids, neemt ons mee op de breed glooiende Sulzenaugletsjer. De WildeWasserWeg biedt vanaf de bergpas Peiljoch, tussen de Dresdner- en de Sulzenauhut, een fenomenaal panorama op de gletsjers, maar aan dat uitzicht wordt geknabbeld. Peter schat dat de gletsjer dit jaar minstens twintig meter prijs moest geven. Vanaf de Peiljoch ziet het oppervlak eruit als een gerimpeld olifantenvel, nu wandelen we over een vuilwit, licht hellend ijsplateau, dooraderd met blauwe erosiespleten. Murmelende smeltstroompjes doen hun ondermijnende werk.

Peter slaat twee wandelstokken in de ijskap, gooit er een klimtouw omheen en grijnst dat hij vrijwilligers zoekt om in een tien meter diepe ijsspleet af te dalen. Water dondert in een ijzige, saffierkleurige spelonk onder de gletsjer. Dit is een onderdeel van de WildeWasserWeg-ervaring dat je alleen met een onderlegde gids mag doen. Het smelten van de gletsjer voelt wat dubbel: jammer, natuurlijk, maar het gaat traag, de gletsjers zijn groot en al dat smeltwater draagt bij tot extra waterspektakel. Ik hou het er maar op dat wie het hooggebergte in actie wil zien, in Stubai aan het juiste adres is.

Dat vindt ook de Tiroolse fotograaf en outdoorfanaat en slackliner Heinz Zak, die een verbluffend fotoboek wijdde aan de natuur van de Stubaier Alpen. Slacklines, strak gespannen looplijnen, vind je overal in het Stubaital: aan de hutten en onderweg langs de wandelpaden. Molenwiekend om in evenwicht te blijven na amper drie passen, stel ik me voor dat ik niet twintig centimeter boven de grond, maar vijfhonderd meter hoog naast Heinz sta te balanceren. Toch maar niet.

Gezinsvriendelijk

Gelukkig hoef je geen halve alpinist te zijn om van al het moois te kunnen genieten in dit wildwaterpark met natuurlijke pretattracties. Wie wat minder goed te been is, kan de WildeWasserWeg ervaren tijdens kortere wandelingen van een half tot twee uur, bijvoorbeeld naar de leuke uitzichtplateaus aan de schuimende Grawa-waterval. Die toegankelijkheid is leuk voor kinderen, en zelfs kinderwagens en rolstoelgebruikers kunnen terecht op delen van het pad. Het Stubaital wil zich immers vooral profileren als familiebestemming.

Aan de Schlickalm, een skigebiedje waar ook het vertrekpunt van de Höhenweg ligt, bouwde de gemeente Fulpmes een fraai doe- en natuurparcours, waar je zonder halsbrekende toeren samen met je alpinistjes in de dop alles ontdekt over alpenfauna- en flora. Je staat er in een wip dankzij de kabelbaan naar de Kreuzjoch, van waaruit je een uitzicht heb op de loodrechte Ochsenwand. Die is dan wél weer alleen voor de echte klettersteigers.

We kijken vanaf het terras van de gezellige Sulzenauhut uit over het diepe dal waarin de Sulzenaubach en de twee rivieren van het Grünautal zich bulderend in de diepte storten. Het verval bedraagt bijna driehonderd meter. Achter de dalkom, met haar meanderende rivierenlinten en zeldzame wollegrastapijt, ligt de afgrond waarachter de Sulzenaubach via de Grawafall in het eigenlijke Stubaital uitmondt. Dit is het kerngebied van de WildeWasserWeg.

‘s Avonds strekken we lekker de benen in een Tirools restaurant. Bij een smeuïige topfennocken met kaas en een glaasje lärchenschnaps – gestookt uit lariksnaalden – moet ik denken aan het excentrieke credo dat hier geldt: Stubai, besser als Dubai. Zolang de gletsjers maar voor wild water blijven zorgen, vind ik het eigenlijk niet eens zo gek.

Ski in Stubai

Naar de Stubaier Gletscher, het grootste gletsjerski- en snowboardgebied in Oostenrijk, komen tussen oktober en juni een slordige 1,2 miljoen wintersporters, goed voor 6 miljoen overnachtingen en 90 procent van alle bezoekers. Als skibestemming trekt het Stubaital vooral no-nonsense wintersportliefhebbers, gezinnen met kinderen en iedereen die geen zin heeft in de glamour en het gehos van Sölden in het nabijgelegen Ötztal. Vooral de goede bereikbaarheid en uitstekende ski-infrastructuur en overnachtingsmogelijkheden worden op prijs gesteld.

In drie Stubaier dorpen Fulpmes, Mieders en Neustift, met toegankelijke skigebiedjes als Schlick 2000, zit je nooit ver van je vriendelijke hotel vandaan. Wie het hogerop zoekt, neemt vanaf de voet van de 3.332 meter hoge Schaufelspitze de gondellift naar het uitzichtpunt Top of Tyrol, de entree van een gletsjerskigebied van 110 kilometer blauwe, rode en zwarte pistes. Het ijspanorama over de Ötztaler Alpen krijg je er gratis bij. Naast het restaurant Jochdole, het hoogste in Oostenrijk, staat op het gletsjerijs een reusachtige vergulde troon. Der Gast ist König in het Stubaital.

De Standaard, maart 2011

De weg naar het noorden

Fotograaf en medecursist Koen De Groote besloot van drie weken vakantie van de maandagse Russische les gebruik te maken om samen met de Russische fotograaf Vladimir Shraga plaatjes te gaan schieten in de verlaten dorpen van de afgelegen Noord-Russische regio Pinega, tussen de steden Archangel’sk en Vologda, een slordige 1500 km boven Moskou. Je moet het maar doen, want de omstandigheden zijn er bepaald polair te noemen. Pinega is een boeiende, afgelegen regio waar je doordringt tot de ziel van Noord-Rusland, misschien vergelijkbaar met de regio rond het Karelische Paanajärvi die al lang op mijn reislijst prijkt. Enfin, merci Koen, had ik meteen inspiratie over waar ik mijn winterse eindejaarsplaatje voor Onkruid vandaag moest halen.

Styx, Austria

souls

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

River Styx has frozen; Charon receded to the deepest of underworlds. Oh soul, thou shalt linger for eternity. Sulzenauer Glacier, Austria, September 2010.

Hardangervidda, big sky country

Hardangervidda near Finse

De Hardangervidda is zo leeg als je je hoofd zou willen maken én het is een hoogst bereikbaar stuk arctische toendra. Vanuit Oslo sta je na een treinrit van vier uur op een hoogplateau van 8000 km2 – zo groot als twee Belgische provincies. Behalve de spoorweg en de highway Oslo-Bergen zijn er geen wegen, alleen een netwerk van gemarkeerde wandelpaden van DNT (Den Norske Turistforeningen), die altijd veel langer uit blijken te vallen dan op de DNT-stafkaarten (Hardangervidda Øst – Hardangervidda Vest 1:100.000) staat aangegeven. Verslag van een ultrakorte kampeertrektocht op de vidda, eind augustus door mens en mug verlaten.

24.8 Haugastøl – Krækkja (6,5 uur)

Als de trein van 06:31 uur uit Oslo aankomt in het gehucht Haugastøl regent het – en het weerbericht voorspelt niet veel beters voor de volgende vijf dagen. Met rugzakken van respectievelijk 20 en 17 kilo beginnen we aan het rode ‘T’-wandelpad richting Krækkja-hut, 11 kilometer verderop. Het zompige, glibberige pad ligt bezaaid met keien voert eerst doorheen bosjes berken en elzen en gaat steil omhoog. Geen makkie. Bovenop de heuvelkam, 300 meter hoger, staan we meteen op de rand van de Hardangervidda, een woestenij van rotsen en toendravegetatie. Er staat een stevige noordenwind, de hemel is loodgrijs. De volgende uren lopen we doorheen het typische, flets grijsgroene landschap van lage heuvels, plassen, meertjes en meren. We eten ons vol aan de bosbessen die hier overal groeien, van de paddestoelen hebben we geen verstand. Tegen de avond wordt het kouder, want het klaart op. Het is niet warmer dan een graad of vijf, met een stevige windchill. We zetten ons tentje op aan het Størekrækkja-meer, ver buiten het gezichtsveld van de hut. Het extra grondzeil is welkom.

25.8 Krækkja – Kjeldebu (7 uur)

Wanneer we de tent opbreken, schijnt zowaar een waterzonnetje doorheen de lage bewolking. We passeren de Krækkja-hut en stijgen nog eens 200 meter op ons pad. Duidelijk een hogere verdieping van de Vidda: Drageidfjorden en Storekrækkja baden in het zonnetje, maar voor ons ligt de Olavsbuhæa-hoogte verscholen in dichte mistbanken. Het zal de hele dag zo blijven. Na de middag begint het hard te regenen, wat de relatief vlakke route met haar afgeronde rotsen toch tricky genoeg maakt. Als we de Kjeldebu-hut in zicht krijgen regent het pijpenstelen, zo erg dat we besluiten om er een paar uur onze kleren te laten drogen, tegen het bezoekerstarief  van 55 NOK (6 euro). Maar eerst moeten onverwacht de schoenen nog uit om een riviertje door te waden. Het helpt niet om droger te worden. ’s Avonds stopt het met regenen en zoeken we een kampeerplekje in de buurt van het Sysenvatn. ’s Nachts valt de regen weer bij bakken uit de lucht, maar ons tentje, een Quecha T2 ultralight van (2 kg), houdt zich goed.

26.8 Kjeldebu – Bjoreidalshytta (6 uur)

We nemen het pad richting Dyranut en tegen de tijd dat we de hoge Gjerenuten-heuvelkam bereiken, begint het weer op te klaren.  Boven vergast de vidda ons op schitterend wijdse wolkenluchten. De zon brengt kleur: alles barst uit in een groen en de eerste sporen ros, die de nu snel naderende arctische herfst – de ruska – hierboven op 1300 meter aankondigen. De toendrameertjes weerspiegelen de nu blauwe lucht als gladgeslepen saffieren en in de verte zien we eindelijk de ijskap Hardangerjøkulen blinken. We bereiken al snel de Dyranut-hut aan de hoofdweg, maar besluiten door te lopen richting Bjoreidalshytta, aan de rand van het nationale park. Die is gesloten, wat ons de perfecte kampeerspot oplevert: houten tafel, stoelen en een beschutting biedende dakrand voor de rugzakken. De rendierkuddes die hier moeten zijn, vertonen zich niet, maar we krijgen het gezelschap van een paar brutale schapen die aan de haal willen met onze uitrusting.

Bjoreidalshytta – Halne (4 uur)

De vlakste etappe is ook de kortste en de gemakkelijkste. Toch blijft het landschap grandioos wijds. Omdat het hier merkelijk droger is, lijkt het op de steppen van Centraal-Azië of Turkije. Het pad is ook veel makkelijker begaanbaar. Toch kruist ons pad op deze vierde etappe maar een tweetal andere trekkers, zowat het gemiddelde van de drie voorgaande dagen. De stralende zon maakt het nu af en toe echt warm, ik schat tegen de 15°C aan. Als we het uitgestrekte Halnefjorden zien opdoemen met daarachter de zich steeds scherper aftekenende bergrug Hallingskarvet, weten we dat de tocht er bijna opzit. Nog een rondje liften en treinen naar Finse en een wandelingetje naar de gletsjertong Blåisen, net als onze zesdaagse Zuid-Noorwegen.

Minipris

Vlucht H/T Charleroi-Rygge: 106 euro pp.

Trein: H/T Rygge – Finse: 104 euro pp.

2 overnachtingen Oslo Anker Hostel 50 euro pp.

Voorraad 5 trekkingdagen: 75 euro pp.

korstmos, Hardangervidda

overal grote paddestoelen

grijs weer bij Kraekkja

Hadlaskart tussen Finse en Geilo

tussen Kjeldebu en Dyranut

brug bij Kjeldebu

Hardangerjøkulen vanaf Dyranut

tussen Haugastol en Kraekkja

kampeerplek bij Kraekkja

avondlucht richting Hadlaskart

voorbij Kraekkja duiken we de wolken in

tussen Kraekkja en Kjeldebu

lunchpauze

bosbessen op de vidda